De taak van de executeur is geregeld in Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, Afd. 6. Art 142-152.
Aan de executeur kunnen in het testament meer of mindere bevoegdheden worden gegeven. ( zie onder “benoeming executeur”)
In de praktijk komt het er veelal op neer dat de executeur zorgt voor:
- het beheer van de nalatenschap;
- het gedurende zijn beheer vertegenwoordigen van de erfgenamen;
- het opmaken van een boedelbeschrijving;
- het aanwijzen van een boedelnotaris;
- het opzeggen of wijzigen van abonnementen;
- het informeren en aanschrijven van de schuldeisers;
- het voldoen van de schulden van de nalatenschap, inclusief de eventuele legaten;
- het verkopen van goederen van de nalatenschap voor zo ver dat nodig is om de schulden van de nalatenschap te voldoen;
- het doen van een aangifte erfbelasting;
- het verstrekken van alle door de erfgenamen gewenste inlichtingen omtrent de uitoefening van zijn taak.





